Placeholder Picture

Heem en Museum, Dorp 64, 2382 Poppel (gem. Ravels)

Home
Bestuur
Museum
Contact
Ere Lied
Placeholder Picture

Heemkunde- en Erfgoedvereniging
Nicolaus Poppelius vzw

Nicolaus Poppelius
Biografie van  Nicolaus Poppelius (deel 2)
door Marc Vermeeren

Donderdag 3 juli werden Vechel en Poppel, dank zij de voorspraak van enige vrienden naar de zolder van de Blauwe Toren overgebracht, waar de krijgsgevangenen zich reeds bevonden en het voedsel beter was dan in de kerker. De burgers Hessel Estius en Jordaen Vos werden op 5 juli vrijgelaten. Op zondag 6 juli werden de geestelijken op een mosselschuit naar Dordrecht gebracht, waar zij om 9 uur in de morgen aankwamen. De weinige kleren die de slachtoffers nog bezaten werden hun hier bijna volledig ontnomen. Op maandag 7 juli werden de slachtoffers naar Den Briel gevoerd. Hier volgden nieuwe mishandelingen. Aangaande Nicolaas Poppel getuigde op 3 december 1619 te Gorcum de priester Laurentius van Arsbergen, 63 jaar oud en ten tijde van de marteling organist in de parochiekerk te Gorcum, dat in Den Briel de martelaren hevig geslagen werden en dat Nicolaas Poppel toen tot de soldaten gezegd had: " Sla maar, wij zijn door de vele wonden ongevoelig geworden". Twee dagen lang werden de geestelijken nog geslagen, beschimpt, vernederd en gehoond. De aangezichten van de geestelijken waren zo bebloed dat ze nauwelijks nog herkenbaar waren In de nacht van woensdag 9 juli 1572 werden de Martelaren in de oude turfschuur van Te-Rugge opgehangen. Diezelfde nacht verschenen zij aan enkele burgers van Gorcum, o.a. aan Mathias Estius, de oom van Willem Estius. De lichamen werden in een nabijgelegen kuil geworpen, en werden pas in 1615 opgegraven. Schedels en beenderen werden toen bovengehaald en een groot deel werd in het geheim verzonden naar de Minderbroeders te Brussel. Later hebben vele kerken relikwie├źn verworven van de Martelaren van Gorcum. Onmiddellijk na de marteldood ontstond een geweldige devotie. Men schreef gedichten, men bad 19 Onze Vaders, men vierde de 9e juli, men verspreidde hun beeltenissen en men organiseerde bedevaarten naar Den Briel, de plaats van de martelarij.
De Heilige Nicolaus Poppelius werd bijzonder vereerd in Weelde en Poppel. In Poppel prijkte de Martelaar op een schilderij in het kerkkoor (ondertussen verdwenen) en is hij nu nog te zien op een glasraam in de kerk. Te Weelde wordt zijn octaaf plechtig gevierd en men bouwde er in het gehucht de Hegge in 1897 een mooie kapel, ter ere van de Heilige.

Placeholder Picture

3. De Studiebeurs van Joannes Huybrechts Loemelanus

Nicolaus studeerde te Leuven en genoot er van een studiebeurs gesticht door Joannes Huybrechts Loemelanus. Het lijkt ons interessant wat verder uit te weiden over Loemelanus en over de stichting die hij in het leven riep Joannes Loemelanus werd omstreeks 1465 te Lommel geboren als zoon van Huybrecht en van Margareta Van Kersip. Hij liet ?ich inschrijven aan de Leuvense universiteit op 11 april 1483 en promoveerde er in de beide rechten in 1489. Aanvankelijk doceerde hij er de wijsbegeerte in de pedagogie "Het Vercken", maar later werd hij hoogleraar in de rechten. Loemelanus vervulde nog verschillende andere ambten. Zo was hij o.a. aartsdiaken van Famenne, raadsheer bij de Hoge Raad van Brabant, kanunnik van St.-Rombout te Mechelen, kanunnik van St.-Lambertus te Luik en kanunnik van de O.-L.-Vrouwekathedraal te Antwerpen. Later werd Loemelanus nog Apostolisch Nuntius en aartsdiaken van Antwerpen. Van 1503 tot 1532 was hij pastoor te Weelde. Daarbij was hij nog pastoor van St.-Amandus te Geel, maar hij verbleef waarschijnlijk weinig op deze plaatsen. Hij stelde immers vervangers aan om de eredienst te verzorgen. Loemelanus overleed op 17 oktober 1532 te Antwerpen. Het testament dat hij liet maken op 28 augustus 1529, bevatte 36 folio's en hieruit bleek welke enorme nalatenschap te verdelen was. In dat testament is er sprake van een stichting van 10 studiebeurzen aan de Leuvense universiteit, bestemd voor bloedverwanten en minder begoeden uit Weelde, Geel en Lommel. Van 1532 tot 1783 hebben studenten uit Weelde en Poppel kosteloos te Leuven verbleven om er hun studie te voltooien. Loemelanus maakte geen onderscheid tussen Weelde en Poppel, die samen de Vrijheid Weelde uitmaakten en tot in 1655 verenigd waren. Het testament van 28 augustus 1529 werd uit het Latijn vertaald door A. Van der Does de Willebois en hij publiceerde het in 1906.

4. De Zaligverklaring

In 1619 werd te Rome het proces ingeleid dat moest leiden tot de zaligverklaring van de Martelaren van Gorcum. Er werden kerkelijke rechtbanken opgericht die belangrijke getuigenissen optekenden. Deze verklaringen werden voor een groot deel opgenomen in het boek: "Congregatione Sacrorum Rituum sive Eminentissimo ac Reverendissimo D. Card. Arzolino, ... Rome, 1665". Het zou ons te ver voeren om uit te weiden over al deze processen die hebben geleid tot de zaligverklaring. Een studie over die materie zou op zichzelf reeds genoeg stof opleveren voor een lijvig boek. Een overzicht van de processen vindt de belangstellende lezer ook terug in de "Acta Sanctorum" (zie bibliografie). Het waren vooral de Paters Minderbroeders die zich hebben ingezet voor de zaligverklaring die te Rome door Paus Clemens X werd uitgesproken op 14 november 1675. De kosten van de zaligverklaring beliepen over de 30.000 Brabantse gulden en de heiligverklaring zou nog meer kosten. Men was verplicht steden en dorpen aan te zoeken om bij te dragen in de kostendekking van dit proces. In het kerkarchief van Weelde vinden we een brief terug van de Minderbroeders-Recollecten uit Nederland en gericht " Aen de wijse voorsieninghe Regerders ende catholijke inwoenders tot Poppel", gedateerd 25 februari 1685. Het betreft hier een verzoek om bij te dragen in de onkosten van de zaligverklaring. Hoe deze brief in het kerkarchief van Weelde is terechtgekomen hebben we niet kunnen achterhalen. Evenmin weten we of Poppel of Weelde iets hebben bijgedragen. De inhoud van de brief luidt als volgt: " Verthoonen ootmoedelijck de paters van de provincie der Minderbroeders Recollecten in Nederlandt, hoe dat sij in den tijt van 40 iaeren hebben tot Roomen gesolliciteert de Canonizatie van de 19 Martelaers van Gorcom, voor het geloof gemartijriseert in 't iaer 1572 tot den Briel in Hollant, ende hoe dat nu in het iaer 1675 den 9 october sijne Heijlicheyt den Paus Clemens den X de selve heeft gebeatificeert ende saelich gedeclareert, ende toegelaeten de selve met den titel ende diensten der Saelighen te vereeren, totdat den dagh der Canonizatie, die naer 't toesegghen van sijne Heijlicheyt sal weesen binnen het tegenwoordigh iaer van Jubil├ę sal gecoomen sijn: maer mits tot noch toe de supplianten tot deesen eijnde met onspreeckelijcken arbeijdt de kosten beloopende verre oover de 30.000 brabansche guldens hebben alleen moeten beneerstighen ende besorghen, ende door verscheyde vrinden tot hunne becommernisse groete ghelden moeten laeten verschieten, ende mits oock daerenbooven nu ter occasie van de Beatificatie ende Canonizatie tot Roomen noch meerdere kosten sullen moeten geschieden, soo ist dat de supplianten gedwonghen worden tot alle steeden ende principaele plaetsen van dese provincie hunnen toevlucht te nemen, om tot ve. rvoorderinghe van een soo godtvruchtighe saecke noijt in dese Nederlanden gesien, eenighe subsidie ende hulpe uijt de gemeijne middelen te bekoomen ende sijn besonder betrouwen hebbende op alle godtvruchtighe herten van dese Catholijcke Gemeynte, uijt dewelcke eenen van dese Saelighe Martelaers den Saelighen Nicolaus Poppelius tot groote eer ende voordeel der selve, sijne geboorte heeft bekoomen, opdat alsoo den Almoegenden Godt in sijne saelighe dienaers mochte worden gelooft, sijne dienaers mochten onocanghen hun behoerlijcke eere ende diensten, ende dese godtvruchtighe Catholijcke gemeynte mochte door de verdiensten ende voorspraecke der selve altijt worden krachtelijck beschermt ende overvloedelijck gebeedijt."

Placeholder Picture

5. De Heiligverklaring

Na de zaligverklaring werd te Rome het proces ingeleid dat moest leiden tot de heiligverklaring van de Martelaren van Gorcum. Onder Paus Pius DC had de heiligverklaring plaats op 29 juni 1867. De bulle der Heiligverklaring wordt bewaard in het Stadsarchief van Turnhout. Na de heiligverklaring werden te Weelde voorbereidingen getroffen voor grootse feestelijkheden. Het feest van de heiligverklaring vond te Weelde plaats op 16 september 1867. Hier volgt een verslag daarvan opgesteld door de Secretaris Jan Baptist De Bondt gedateerd 21 september 1867: " Willende de schoone feest in deze gemeente gevierd, ter gelegenheid van de heiligverklaring van Nicolaas Van Poppel, eenen van de 19 martelaren van Gorcum, welken in deze gemeente geboren is, vereeuwigen of in het geheugen bewaren, hebben wij hiervan het tegenwoordig Proces verbaal opgemaakt: te weten: Ten jaren 1867, op maandag den 16 september, was deze gemeente Weelde in volle feest. En geen wonder, men vierde er de plechtigheid der heiligverklaring van een harer kinderen: Nicolaus van Poppel (Poppelius) die in het jaar 1572 met 18 medegezellen zijn bloed voor de verdediging van het Roomsch Katholiek geloof vergoot. Drij dagen tevoren hadden twee Eerw. Paters Capucienen alhier eene missie geopend ter voorbereiding dezer plegtigheid. De vruchten hiervan kon men genoegzaam erkennen aan de diepe godsvrucht, die al de inwoners bezielde, en aan de buitengewoone toebereidsels ter verluistering van dit godsdienstig feest.
Inderdaad, nooit had men eene kempische gemeente schooner versierd gezien. Bijna al de huizen waren met groene festoenen, met bloemen doorwerkt, behangen. Overal zag men jaarschriften en zinnebeelden, toepasselijk op het feest tusschen nationale vlaggen, prijken. Zeven met smaak versierde praalbogen waren op de voornaamste uiteinden van het dorp opgerigt. Van de kapel tot aan de kerk toe had men op den ganschen doortocht der parochie fraai versierde boomkens geplant. Dit alles leverde met de tallooze van alle kanten toegevloeide volksmenigte een treffend gezicht op. Om 9 uren deed zijn Em. de Kardinaal, aartsbisschop van Mechelen, zijne intrede in de gemeente. Hij stapte bij den heer Burgemeester af en werd door de geestelijkheid en de plaatselijke overheden ontvangen. Vandaar begaf zich de stoet naar de kapel, waar het beeld van den Heilige door Z.em. werd gewijd Hierna stelde de processie zich in orde, om zich naar de kerk te begeven.
Zij was als volgt samengesteld: vooraan de verschillende broederschappen met hun vaandels, onder welke men de banieren der naburige gemeenten Poppel, Ravels en Baarle Hertog bemerkte. Daarna eene welbezette choeur, welke de litanie van alle heiligen zong. Vervolgens kwam een schaar in 't rood geklede jongenskens, opgevolgd door eene tweede schaar in het wit geklede meisjes, welken allen een bouquet in de hand droegen. Na het beeld van den Heilige, omgeven van twaalf zilveren lanteernen, volgde een 40tal geestelijken, waaronder de hoogw. Heer Boogaerts, vicaris generaal, de weleerw. heeren dekens van Turnhout en Alphen en andere uit de naburige gemeenten. Eindelijk Z.Em. de Kardinaal welke in een zilveren Kasken de relikwien van de martelaars van Gorkum droeg.
Om 10 uren trad de talrijke en indrukwekkende stoet de rijkversierde kerk binnen. Het beeld werd onder eenen van rood fluwelen troon geplaatst, tusschen vier vergulde lusters. Onmiddellijk hierop begon de solemnele hoogmis door den hoogw. heer Bogaerts vicaris generaal. Tijdens dezelve was Z.Em. onder een prachtig verhemelte gezeten; zijnde hoogw. beklom na de mis den preekstoel en wenschte de parochianen in eenige wel gepaste woorden geluk over den grooten schat, welken zij heden binnen hunne gemeenten hadden ontvangen. Na het eeren der relikwien begaf men zich naar de Pastorij alwaar een prachtig feestmaal aan Zijne Em. aan de geestelijkheid en aan de plaatselijke overheden door den eerw. heer pastoor werd aangeboden. Onder dit feestmaal kwamen de koorzangers van Ravels en Weelde eenige fraaye choeurs uitvoeren. Om 4 uren wendt het pontificale lof door zijne Em. de kardinaal gezongen. Onder hetzelve deed den Eerw. Heer Govers, pastoor van het gasthuis te Turnhout een treffend sermoon hetwelk vele der talrijke aanhoorders tot tranen toe bewoog. Des avonds werd er een prachtig vuurwerk afgestoken en eene algemene illuminatie bekroonde dit heuglijk feest. Bijzonder menen wij hier melding te moeten maken van de versiering en verlichting der woningen van Mr. Wouters burgemeester en van den eerw. heer pastoor, waar men fraai geschilderde transparanten aantrof verbeeldende de martelie van den Heilige tot Hij de martelkroon ontvangt in den Hemel. Om deze feest te helpen opluisteren heeft de gemeenteraad alhier in zijne zitting van 4 augustus 1867 een som van 1000 francs uit de gemeentekas gestemd .Daarenboven hebben de Eerwaarde Geestelijken Heeren Pastoor en onderpastoor ieder vergezeld van eenen der schepenen, zich begeven ten huizen der inwoonders om in te zamelen hunne vrijwillige giften tot bijdrage dier feest, welker opbrengst op ongeveer 500 francs kan worden berekend Dank aan den iever der parochianen, dank aan de krachtige medewerking van het gemeentebestuur en van den Eerw. heer pastoor, mag men met regt zeggen dat het feest van maandag wezentlijk schoon was en lang in het geheugen der inwoonders van Weelde zal voortleven."
Na de heiligverklaring werd een altaar ter ere van Nicolaus Poppelius opgericht in de rechter kruisbeuk van de St.-Michielskerk te Weelde. In 1897 werd de kapel gebouwd in de Hegge, en daarheen werd het beeld overgebracht dat door Kardinaal Sterckx op 16 september 1867 was gewijd, aangezien de St.-Michielskerk ondertussen een nieuw beeld, gemaakt door beeldhouwer Daems van Turnhout, had verworven.

Ga verder naar deel 3....